ONTWERP REGLEMENT voor de Verstelschool der
Vrouwenvereeniging tot Bevordering van Zedelijken
en Stoffelijken Welstand der Armen te Dordrecht (1851)

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: archief 150 (handschriften) 
Inventarisnummer: 49

NB. Begin 1865 wordt er een nieuwe onderwijzeres gevraagd. Wilhelmina Francisca te Boekhorst-de Waard wordt de nieuwe onderwijzeres op van de Naai- en Verstelschool van de vrouwenvereniging. Haar man was hoofdonderwijzer. Hij overleed 11 december 1862 te Strijen. In het adresboek van 1879 staat de wed. te Boekhorst nog steeds als onderwijzeres van de vrouwenvereniging vermeld.
* * *
Ontwerp voor de oprigting eener Verstel School door en onder toezigt van de vrouwen vereeniging tot bevordering van Zedelijken en Stoffelijken welstand der armen te Dordrecht.

A. Over de meisjes.

Art. 1. 
Op deze School zullen worden toegelaten
a. Meisjes behoorende tot de huisgezinnen der Vereeniging
b. Meisjes buiten de vereeniging aanbevoolen door de dames Patronesse der Vereeniging

Art. 2.
Meisjes die op de Diaconie Naaischool zijn geweest zullen niet worden toegelaten ten zij zij haren leertijd aldaar geheel uit zijn gebleven. Na behoorlijk onderzoek zal er uitzondering hunnen gemaakt worden voor die meisjes welke door ziekten of andere wettige redenen den leertijd niet hebben kunnen uitblijven en niet meer op de Diaconie School kunnen worden aangenomen.

Art. 3.
Meisjes welke niet op de Diaconie Naaischool kunnen geplaatst worden en wier ouders onvermogend zijn hierin op eene andere wijze te voorzien zullen met den ouderdom van 12 jaren op de verstelschool worden toegelaten.

Art. 4.
De meisjes zullen niet jonger dan 12 jaren worden toegelaten overigens wordt geene bepaling omtrent den ouderdom gemaakt.

Art. 5.
Alleen meisjes van de Protestantsche godsdienst zullen worden toegelaten.

Art. 6.
De meisjes zulen voor onbepaalde tijd op de School kunnen komen hetzij voor enkele dagen, weken of maanden evenwel zal het voor elke drie maanden op nieuw moeten aangevraagd worden zij die tijdelijk op de School zijn geweest en ze om gegronde redenen eenigen tijd niet bezochten kunnen op nieuw worden toegelaten.

Art. 7.
De meisjes welke verlangen op de School te worden toegelaten zullen gehouden zijn rein en zindelijk gekleed te zijn zich ordelijk te gedragen jegens de naaivrouw en zich stiptelijk te onderwerpen aan de regele der School.

Art. 8.
De meisjes zullen gehouden zijn zelve naaiwerk mede te brengen, dit moet bepaald uit het gezin harer ouders zijn en iet voor anderen in welk geval zij dadelijk zullen worden teruggezonden, zij zullen moeten voorzien zijn van een vingerhoed, naalden en Schaar.

Art. 9.
De meisjes welke verlangen op de School geplaatst te worden zullen toegangsbiljetten kunnen vragen bij de dames bestuurderesse der school.

B. Over de Naaivrouw.

Art. 10.
Als naaivrouw zal worden aangesteld eene daartoe geschikt geachte vrouw uit de vereeniging, zij zal goed moeten kunnen naaijen, verstellen en mazen.

Art. 11.
Men verlangt dat zij zal wezen weduwe zonder volwassen zoons van middelbare leeftijd gezond gestel en goed humeur.

Art. 12.
Zij zal moeten zijn lidmaat van een der Protestantsche gemeente en men zal naauwkeureig onderzoek doen bij hare Patrones omtrent haar zedelijk gedrag en Christelijken zin, men verlangt dat zij zal kunnen lezen.

Art. 13.
De uren van onderwijs zullen zijn des Maandags, Dingsdags, Woensdag en Donderdags 's middags van half twee tot acht uren, Meisjes die dienen of door andere werkzaamheden niet zoo lang kunnen blijven zullen een gedeelte van den tijd minstens een uur mogen komen. (kantlijn: s'winters des namiddag van n tot vier uren en 's zomers s namiddags van twee tot zes uure) Voor korter verblijf zal de Naaivrouw niet worden betaald.

Art. 14.
De Naaivrouw zal vooral zorg dragen dat het medegebragte werk verstek werk zij, dat de meisjes rein en zindelijk gekleed zijn, dat zij zich ordelijk gedragen en de bevoegdheid hebben de meisjes weg te zenden wanneer zij zich niet aan de bepalingen der School onderwerpen.

Art. 15.
De naaivrouw zal gehouden zijn eene geschikte woning te hebben en zorgen voor behoorlijke verwarming en verlichting.

Art. 16.
De naaivrouw zal de meisjes kunnen toelaten op vertoon van een toegangsbriefje afgegeven door de dames bestuurderesse der School.

Art. 17.
De naaivrouw zal ontvangen gedurende de zes winter maanden 60 cents en gedurende de zomer maanden 50 cents per week zij zal ontheven zijn van de verpligting om voor de vereeniging te naaijen.

Art 18.
Vor elk meisjes zal zij per middag betaald worden met 2 1/2 cents als het getal der aanwezige meisjes meer is dan tien zal voor elk boven het tiental 1 1/2 cents betaald worden zij zal gehouden zijn onder toezigt van een der Dames bestuurderesse der School daarvan dagelijks aanteekening te houden.

Art. 19.
Voor vuur en licht zal zij ontvangen [...]

Art. 20.
Garen, band en andere naaibehoefte zullen haar moeten gegeven worden ten einde de Mesijes daarvan te voorzien.

C. Over het Bestuur.

Art. 21.
Het bestuur dezer verstel School zal worden opgedragen aan vijf dames der vereeniging bij voorkeur uit elke afdeeling eene, zij zullen welwillend op zich nemen de School te bezoeken en toezigt te houden over het geheel waken over het insluipen van misbruiken en de werkzaamheden onderling verdeelen.

Art. 22.
Eene der dames zal bepaaldelijk belast zijn met het toezigt over het boekje waarin de namen der meisjes dagelijks zullen worden opgeschreven of aangeteekend van elke week op te geven hoeveel de Naaiuvrouw moest betaald worden en wat er verder Finantieel te bezorgen is, zij zal elke drie maanden Rekening en verantwoording doen aan de Opper Secretaressen der vereeniging.

Art. 23.
Eene der Dames zal zich belasten met het uitgeven der naaibehoeften aan de naaivrouw.

Art. 24.
Drie dames zullen toezigt houden over het naaiwerk.

Art. 25.
Deze vijf Dames zullen zich verbinden om op bepaalden tijd te vergaderen om de belangen der School onderling te bespreken zioj zullen wake voor de goede orde, bij hare bezoeken de meisjes toespreken, vermanen en goedkeuring betuigen.

Art. 26.
De dames Patrones der vereeniging zullen de School naar goedvinden kunnen bezoeken.

Art. 27.
Het doel der vereeniging bevordering van zedelijken en stoffelijken welstand der armen wenscht men ook door deze inrigting te bevorderen en op de jeugdige harten eenen heilzamen Godsdienstigen en zedelijken invloed uit te oefenen.
Dames Patronessen die tijd en opgewektheid daartoe hebben worden dringens uitgenoodigd de School te bezoeken met de meisjes te spreken voor haar te leezen en zullen daarover kunnen aanvragen de boeken uit de bibliotheek der vereeniging.

De kosten eener zoodanige inrigting zouden beloopen f 160 of f 180 s jaars voor dertig meisjes daar er slechts weinigen bepaald zullen komen en dus het getal zeer afwisselend kan zijn mag men berekenen dat 90 100 meisjes in het jaar er gebruik van kunnen maken.
De begrooting der kosten is de navolgende:
1. Weekgeld des zomers voor de Naaivrouw f 0,50 per week f 13
2. Naaibehoeften f 25
3. Vuur en licht f 25
4. Voor 10 meisjes f 0,10 per week f 52
5. Voorts dito f 0,06 dito f 62
                       = f 177
Dit ontwerp zal in de vergadering van Secretaressen worden voorgedragen en na aldaar gewijzigd te zijn zullen er copijen van worden rondgezonden in de vijf afdeelingen der vereeniging. De dames Secretaressen zullen worden uitgenoo[digt] het ontwerp met de tot hare afdeeling behorende Dames te behandelen, de veranderingen wijzigingen of aanmerkingen Schriftelijk te willen afgeven.
Voorgesteld in de vergadering van Secretaressen 25 Maart 1851.

(c) EvD Dordrecht november 2009.