INSTRUCTIE kinderschoolhouders te Dordrecht (1828)

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: archief 121 (schoolcommissie) 
Inventarisnummer: 80
* * *
Instructie.

Art. 1.
De kinderschoolhouderesse zal onderwijs geven, alleen aan kinderen beneden de zes jaren, in het leeren lezen der Nederlandsche taal.

Art. 2.
Dit Onderwijs zal klassikaal geschieden op borden en alleen door zoodanige leerboekjes, als welke door de Plaatselijke School Kommissie zijn goedgekeurd.

Art. 3.
het zal aan de Onderwijzeresse ookj vrijstaan onderrigt te geven in het breijen, echter onder bepaling dat dit niet te gelijk met het letterkundig onderwijs geschieden.

Art. 4.
Het Onderwijs zal gegeven worden al de zes werkdagen, des voormiddags van negen tot twaalf uren, en des namiddags van half drie tot vijf uren uitgezonderd de maanden November, December, Januarij en Februarij, wanneer de School ten half vijf ure zal eindigen. Zaterdag namiddag zal geene School gehouden worden.

Art. 5.
Jaarlijks zullen er drie Vacantien plaats hebben te weten: de eerste gedurende de Paaschweek, de tweede gedurende de Dordtsche marktweek, halve dagen, en wel bepaaldelijk de namiddagen en de derde van den eersten Kersdag tot den 2e Januarij daaraanvolgende.

Art. 6.
Er zullen geene leerlingen worden aangenomen dan bij het begin van iedere maand.

Art. 7.
De Schoolgelden voor het te geven Onderwijs zullen hoogstens mogen bedragen eene Gulden en tien Cents 's maands waaronder de onkosten voor de leerboekjes, als ook voor de verwarming van het Schoolvertrek zullen begrepen zijn. Zijnde bij deze het gebruik van Stoven ten eenermale verboden.

Art. 8.
De Onderwijzeresse zal zorg dragen dat de kinderen ten allen tijde wel gereinigd ter School komen, en tevens dat het Schoolvertrek rein en van zuivere lucht voorzien zij.

Art. 9.
Het te geven onderwijs zal steeds daarheen gerigt worden dat de kinderen goede denkbeelden van zedelijkheid en godsdienstigheid verkrijgen.
Ten dien einde zal
(1) de School telkens met een gepast gebed en dankzegging begonnen en geeindigd worden, waarvan aan de Onderwijzeressen de voorschriften zullen worden ter hand gesteld.
(2) de Onderwijzeresse van elke voorkomende gelegenheid tot onderrigting en vermaning gebruik maken en
(3) van een klein boekje over de Bijbelsche geschiedenis gebruik gemaakt en een en ander gewigtig gedeelte de Heilige Schrift van buiten geleerd worden, waartoe door de Plaatselijke Schoolcommissie de nodige handleiding zal gegeven worden.

Art. 10.
Er zal geenen ligchamelijke Straf mogen plaats hebben, maar alleen zoodanige kastijding, als welke met de tegenwoordige meer verstandige wijze van opvoeding overeenstemt. Ook de ronddeeling van Snoeperijen is stellig verboden.

Aldus opgemaakt door de Plaatselijke Schoolcommissie te Dordrecht, den [-] 1828. 

(c) EvD Dordrecht november 2009.