REGLEMENT voor de DIAKONIE-BREI- EN NAAISCHOOL der
Nederduitsche Hervormde Gemeente
te Dordrecht (1840)

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: archief 489 (archiefbibliotheek) 
Inventarisnummer: 11.327
* * *
REGLEMENT voor de DIAKONIE-BREI- EN NAAISCHOOL der
Nederduitsche Hervormde Gemeente te Dordrecht
1840

(Dordrecht, Blussé en van Braam)

EERSTE HOOFDSTUK.
Van de Inrigting der School.

Art. 1.
Deze school heeft ten doel, om aan kinderen, die op de Diakonie-School der Nederduitsche Hervomde Gemeente te Dordrecht gaan, of dezelve reeds hebben verlaten, kosteloos onderwijs te geven, in het breijen en in het wollen- en linnen-naaijen.

Art. 2.
Bij de opneming in de ze School komen het eerst in aanmerking de kinderen van bedeelde, daarna die van onbedeelde ouders. Vervolgens zullen er, zoo er plaats over is, ook zulke kinderen van onbedeelde ouders kunnen worden opgenomen, die niet op de Diakonie-School zijn geweest.

Art. 3.
De aanneming der kinderen geschiedt tweemalen in het jaar, namelijk veertien dagen na iedere aanneming van nieuwe leerlingen op de Diaconie-School

Art. 4.
De kinderen, die alleen onderwijs in het breijen ontvangen, worden genomen uit de meisjes, die nog op de leerschool gaan. Zij ontvangen dit onderwijs in den zomer, nadat haar middagschooltijd is geeindigd, en des winters, gedurende haren namiddagschooltijd, als wanneer zij, in plaats daarvan, op de avondschool zullen gaan.

Art. 5.
De kinderen, die onderwijs ontvangen in het wollen- en linnen-naaijen, worden genomen uit de meisjes, die de leerschool hebben verlaten, en den ouderdom van twaalf of dertien jaren hebben bereikt. Zij blijven op de Naaischool ten minste drie en ten langste vier jaren.

Art. 6. 
De kinderen van onbedeelde ouders geven, bij hare komst op de school, en vervolgens ieder half jaar, bij voorbetaling, vijfentwintig Centen, tot voldoening van de kosten voor brei- en naaibehoeften. Deze gelden zullen door de Naaivrouw worden ontvangen, en door haar aan Regentessen worden ter hand gesteld.

Art. 7.
Geene kinderen worden tot de School toegelaten, dan die de kinderziekte hebben gehad of gevaccineerd zijn geweest.

Art. 8.
De schooltijd duurt voormiddag van negen tot twaalf, namiddag van half twee tot zes ure. Gedurende den winter echter eindigt de namiddag-schooltijd met den dag. De Naaivrouw zorgt, dat des voormiddags de kinderen de School niet verlaten, dan nadat de leerlingen der Diakonie-School zullen zijn vertrokken.

Art. 9.
De vakantien zijn, behalve de Zon- en Feestdagen: Dingsdag na Pinksteren; - in de eerste kermisweek van Woensdag tot Zaturdag; en in de tweede kermisweek de namiddagen van Maandag, Dingsdag en Woensdag.

Art. 10.
Het Schoollokaal zal zijn in het gebouw van de Diakonie-School, in of bij hetwelk aan de Naaivrouw een geschikt verblijf ter woning zal worden aangewezen, met verpligting van hetzelve te bewonen.

Art. 11.
Er zal ook in hetzelfde gebouw der Diakonie-School een vertrekt worden afgezonderd, ter berging van het gemaakte en ongemaakte linnen, de wol, de kousen enz., waarvan de sleutel zal blijven in handen van Regentessen.

TWEEDE HOOFSTUK.
Van de Naaivrouw.

Art. 12.
De naaivrouw zal worden gekozen door Regentessen, die de verkozene aan Regenten der Diakonie-School zullen voordragen, welek deze verkiezing, zoo zij geen wezenlijk bezwaar van onkunde of wangedrag tegen de gekozene, noch ook bezwaar tegen de verkiezing hebben in te brengen, zullen goedkeuren.

Art. 13.
De Naaivrouw, zoo zij niet in de huisvrouw of overgeblevene weduwe van den Hoofd-Onderwijzer der Diakonie-School, zalmoeten zijn eene ongehuwde of weduwe, met geen huisgezin belast, en in allen gevalle Lidmaat der Hervormde Gemeente, stichtelijk van gedrag, bekwaam en ervaren in het breijen, linnen- en wollen-naaijen, en stoppen, en behoorlijk kunnende lezen, schrijven en rekenen.

Art. 14.
De Naaivrouw zal voor traktement genieten vierhonderd vijftig Gulden jaarlijks, waarvoor zij tevens eene Adsistentie of Onder-Naaister zal moeten aannemen en bezoldigen, van welke de keuze aan de goedkeuring van Regentessen zal zijn onderworpen.

Art. 15.
In geval van ziekte zal de Naaivrouw voor zich genieten vrije geneeskundige hulp met de medicamenten.

Art. 16.
Het zal de Naaivrouw vrijstaan, op de School ook voor partikulieren te laten werken. De verdiensten daarvan zullen voor de eene helft zijn ten haren voordeele, en voor de andere helft door Regentessen, in hare jaarlijksche rekening, als ontvangst, worden verantwoord. Indien die verdiensten beneden de f 160 in het jaar mogten blijven, zal de Naaivrouw daarvan desniettemin f 80 genieten: en indien zij, door veelvuldige werkzaamheden voor de Diakonie, soms minder dan f 80 mogten beloopen, zullen zij geheel ten voordeele van de Naaivrouw komen, in welk geval deze ook op geene meerdere toelage aanspraak zal kunnen maken.

Art. 17.
Voor de bezoldiging, aan haar bij art. 14 toegelegd, zal de Naaivrouw verpligt zijn, vrij onderwijs te geven in het breijen, linnen- en wollen-naaijen, aan de kinderen, die door Regenten der Diakonie-School of door Regentessen op de School worden geplaatst.

Art. 18.
De Naaivrouw zal daarenboven verpligt zijn, jaarlijks te doen vervaardigen:
1) Honderd paren kousen, of zoo veel, als er door de Breikinderen kunnen worden afgewerkt.
2) Het benoodigd getal hemden voor eene volle hemdenbedeeling, hetwelk geschat wordt op 2400 stuks, of daaromtrent; zullende zij altijd zorgen, dat er van elk soort van hemden in voorraad zijn, om tusschenbeide, bij buitengewone behoefte, aan  B.B. Diakenen te kunnen afleveren. Ook zal zij zoo veel mogelijk de werkzaamheden zoodanig verdeelen, dat er in elke maand 200 hemden worden gereed gemaakt.
3) De noodige stukken voor de Luijerkorven, bestaande in eerste en tweede gedeelten, omschreven in de opgave van  B.B. Diakenen van 17 Februarij 1835, berekend te zamen op omtrent honderd afleveringen.
4) In buitengewone gevallen, een onbepaald getal van vrouwen-rokken, of andere kleedingstukken, wanneer daaraan bijzondere behoefte mogt ontstaan.

Art. 19.
Indien er in het vervolg weder, gelijk vroeger, tot eene hemdenbedeeling om de twee jaren mogt worden overgegaan, of andere belangrijke veranderingen mogten gemaakt, of door B.B. Diakenen verlangd worden, zullen er, betrekkelijk art. 14 en art. 18, door tusschenkomst van Regentessen, vernieuwde schikkingen met de Naaivrouw gemaakt worden.

Art. 20.
Voor het wek, door de Naaivrouw te vervaardigen, zal aan haar (ten koste der diakonie, besluit 1 juli 1850) door Regentessen worden verschaft de wol, het linnen, het katoen, de dekens, en hetgeen er verder tot de Luijerkorven noodig is; alsmede garen, band, lint, knoopen enz.

Art. 21.
Aan de Naaivrouw zal verder worden verstrekt vuur en licht, en al wat overigens tot naai- en breibehoeften behoort, als naai- en brei-naalden, vingerhoeden, scharen, naaikussens en naaisloofjes, voor het zindelijk houden van het naaiwerk; zullende zij echter gehouden zijn te zorgen, dat daarvan niets door de kinderen worde medegedragen uit de School, en dat ter bekoming van nieuwe voorwerpen, de stukken en overblijfsels van het oude aanwezig blijven, en aan Regentessen worden getoond.

Art. 22.
De Naaivrouw ziet toe, dat de kinderen altijd zindelijk, wel gewasschen en gereinigd ter school komen, alsmede dat zij geene snoeperijen of stoven medebrengen, of op de School gebruiken; zullende het School-Locaal van wege de Directie behoorlijk worden verwarmd.

Art. 23.
Indien er kinderen nalatig zijn in het ter school komen, is de Naaivrouw verpligt, daarover die kinderen, of hare ouders, te onderhouden; en indien dit niet mogt helpen, zal zij daarvan aan Regentessen kennis geven.

Art. 24.
De Naaivrouw zal gehouden zijn, zich ten allen tijde aan het bestuur en de correctie van Regentessen te onderwerpen. Zij zal aan Regentessen jaarlijks om continuatie in haren post moeten verzoeken. Bij wangedrag, of niet voldoen aan de haar opgelegde verpligting, zal zij door Regentessen, ten allen tijde, met communicatie aan Regenten, van hare betrekking kunnen worden ontzet.

DERDE HOOFDSTUK.
Van de Regentessen.

Art. 25.
Het bestuur der School is en blijft opgedragen aan zes Regentessen, bestaande uit twee Predikants-Vrouwen, twee Vrouwen der dienstdoende Ouderlingen, en twee Vrouwen van de dienstdoende Diakenen. (Deze zullen bij vacature gekozen worden uit de vrouwen der dienstdoende predikanten, ouderlingen en diakenen. Zij kunnen echter Regentessen blijven, nadat de diensttijd harer mannen geëidigd is. Bij het ontstaan eener vacature. Besl. 1 Julij 1850)
Ingeval van vacature, zal door Regentessen, binnen zes weken na het ontstaan der vacature, eene andere Regentes wordne benoemd, met kennisgeving daarvan aan Regenten der Diakonie-School; doch zal die benoeming aldus bepaald zijn, dat voor eene afgetredene Predikants-Vrouwe eene andere der Predikants-Vrouwen, voor de Vrouw eens Ouderlings eene andere Ouderlings-Vrouw, en voor eene, die is ingekomen als Diakens-Vrouw, eene andere Diakens-Vrouw zal worden gekozen en aangesteld.

Art. 26.
Regentessen bepalen onder elkander, wie van haar Presidente, en wie Cassierse zijn zal, en hoe lang zij in die betrekking zullen blijven. Bij verandering dier posten, geven zij daarvan kennis aan den President der Regenten van de Diakonie-School.

Art. 27.
Regentessen zenden jaarlijks, voor de maand December, aan Regenten der Diakonie-School rekening in van ontvangst en uitgaaf over dat jaar, welke rekening door ieder van haar zal moeten worden ondertekend, en vergezeld zijn van eene opgave nopens den staat van het fonds op dat tijdstip. 

Art. 28.
Bij nalatigheid der kinderen in het ter School komen, of bij wangedrag, zullen Regentessen die kinderen, of derzelver ouders, voor zich ontbieden en daarover onderhouden, of des noods aan die kinderen de school ontzeggen. Voor zoo ver het kinderen van bedeelde ouders betreft, zullen zij de hulp en medewerking kunnen inroepen van den Diaken van het wijk, waartoe de ouders behooren.

Art. 29.
Regentessen maken onderling bepalingen omtrent den tijd en de wijze der belooning van de vorderingen en het gedrag der kinderen, en leveren daarvan, alsmede van den toestand der school, voor de maand December, een jaarlijksch verslag in aan Regenten der Diakonie-School, ten einde deze daarvan, bij hun verslag aan den Breeden Kerkeraad, ge bruik kunnen maken.

Art. 30.
Ter volbrenging van de in de vorige artikelen bepaalde werkzaamheden, en ter regeling van de overige belangen der Brei- en Naaischool, zullen Regentessen, ten minste om de twee maanden, het zij in een van de lokalen der Diakonie-School, het zij aan haar eigen huis, naar verkiezing, zamenkomen, en overigens zoo dikwijls, als zij dit onder elkander zullen goedvinden en bepalen. Zij zijn daarenboven gehouden, de School, ten minste eenmaal in iedere maand te bezoeken, en naar den toestand derzelve, en het gedrag der kinderen naauwkeurig onderzoek te doen.

Art. 31.
Regentessen zullen de benoodigde hemden en de gebreide kousen, elk jaar, in de eerste helft van de maand December aan B.B. Diakenen afleveren, terwijl de gemaakte Luijerkorven, het zij eerste, het zij tweede gedeelten, ten allen tijde, op orderbriefjes van genoemde Broederen, door de Naaivrouw zullen worden afgeleverd, welke van die afgifte aan Regentessen en aan den Diaken-Boekhouder iedere maand opgave doen zal.

Art. 32.
Regentessen zullen het vereischte linnen voor hemden, de wol voor de te breiden kousen, en wat er verder noodig zijn zal, aankoopen, en de rekeningen daarvan, door ééne, van haar goedgekeurd, aan den Boekhouder der Diakonie ter betaling inleveren.

Art. 33.
Aan Regentessen zal tweemalen 's jaars, op 1 Junij en (Regentessen ontvangen Jaarlijksch uit de Diakoniekas f 500 ter goedmaking der uitgaven voor de School gevorderd. Van deze Som wordt haar 1e Junij en 1e December de helft uitbetaald. Besl. 1 Julij 1850) 1 December, ter betaling van het traktement van de Naaivrouw, en ter goedmaking van uit te reiken be..ningen en van andere kleine uitgaven, door den Boekhouder der Diakonie werden ter hand gesteld eene som van twee honderd en vijftig Gulden te betalen uit de Diakonie-Kas.

Art. 34.
Er zal een schoolfonds zijn, bestaande uit het nu reeds voorhanden zijnde kapitaal, en uit de eventuele batige sloten der jaarlijksche rekeningen, alsmede uit d... of erf..ingen, waarmede de School in het vervolg mogt worden begiftigd. Deze gelden worden door Regentssen behoorlijk belegd in Nationale Werkelijke Schuld, en met de oploopende renten vermeerderd, tot dat dezelve die som hebben bereikt, dat uit de interessen de salarissen, prijzen en kleine onkosten kunnen worden goedgemaakt, als wanneer de jaarlijksche subsidie door de Diakonie zal kunnen ophouden, en deze slechts zal behoeven te zorgen voor het linnen, de wol en verdere stoffen, die er voor hemden, kousen en andere behoeften voor de armen worden gevorderd. (De uitgaven welke uit de som in het vorig artikel vermeld niet gevonden kunnen worden zullen be..ken worden uit de renten van het bestaande fonds en bij ongenoegzaamheid daarvan bijgevraagd van de Diakonie. Besl. 1 Julii 1850) De Effekten, tot dit fonds behoorende, zullen worden bewaard in de ijzeren kist, in welke de Effekten der Diakonie berusten, en die zich bevindt aan het huis van den odusten dienstdoenden Predikant. De bladen Coupons echter, en Bewijzen tot het verkrijgen van nieuwe Coupons, zullen altijd in handen van Regentessen verblijven.

Art. 35.
Ook dan, wanneer, ten gevolge van het in het vorige artikel vermelde, de jaarlijksche subsidie door de Diakonie mogt komen op te houden, zullen desniettemin al de overige bepalingen, in dit Reglement vervat, in derzelver volle kracht blijven. (artikel doorgestreept bij Besl. 1 Julij 1850)

Art. 36.
De Breede Kerkeraad houdt zich, om dit Reglement, op voordragt of na ingewonnen advies van Regenten en Regentessen, naar bevind van zaken, te veranderen en te vermeederen,

Dordrecht, den 20 December 1839.
C.W. STRONCK, Praeses.
C. SIMONS, Scriba.

(c) EvD Dordrecht november 2009.