REGLEMENT voor de bijzondere bewaar-
of kleinkindscholen te Dordrecht (1852)

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: archief 121 (schoolcommissie) 
Inventarisnummer: 80
* * *
Reglement voor de bijzondere bewaar- of kleinkindscholen te Dordrecht.

Art. 1.
De oefeningen in deze scholen, zijn verstands- en ligchaamsoefeningen.

Art. 2.
De verstandsoefening zullen bestaan
a) in het duidelijk leeren spreken
b) in het leeren opmerken, vergelijken en onderscheiding door aanschouwelijke voorwerpen
c) in het spreken met de kinderen over zoodanige onderwerpen, die onder de kinderlijke bevatting vallen, vooral met behulp van prentverbeeldingen
d) in gepaste oefening van het geheugen
e) in de eerste beginselen van de getallen
f) in de eerste beginselen van de vormleer
g) in zangoefeningen
h) voor kinderen die vijf jaren oud zijn, in de beginselen van het lezen.

Art. 3.
De ligchaamsoefeningen zullen voornamelijk bestaan in kinderspelen, waarbij de ligchaamskrachten zonder gevaar geoefend worden, en tevens dienen ter bevordering van de gezondheid der kinderen en ter afwisseling van het onderwijs.

Art. 4.
Het onderwijs in de verstandsoefeningen zal worden gegeven bij verdeeling in klassen, naar gelang van het getal leerlingen, hunnen jaren en vorderingen. Het zal aanschouwelijk zijn door het bezigen van borden als anderzins, terwijl alleen die leerboekjes mogen worden gebruikt, die door de plaatselijke Schoolcommissie zijn goedgekeurd.

Art. 5.
Het zal aan de onderwijzeressen ook vrijstaan onderrigt te geven in het breijen, mits in dezelfde klasse niet te gelijk met dat in de verstandsoefeningen.

Art. 6.
De houderesse der bewaarschool zal gehouden zijn steeds in eigen persoon, de school waartenemen, zonder zich hierin door iemand te doen vervangen, dan met toestemming der Schoolcommissie. Buiten redenen van noodzakelijkheid zal zij zich niet uit de school mogen begeven. In den regel is aan haar de leiding der oefeningen opgedragen. Zij mag daarin worden bijgestaan door hulponderwijzeressen en kweekelingen, welke met verlof der Commissie als zoodanig bij haar werkzaam zijn.

Art. 7.
Geene kinderen mogen worden toegelaten beneden de twee of boven de zes jaren.

Art. 8.
Kinderen die ziels- of ligchaamsgebreken hebben, die hen voor onderwijs onvatbaar, of die zich door hunne gedragingen of onzindelijkheid voor andere kinderen schadelijk maken, mogen de school niet bezoeken.

Art. 9.
Kinderen die den vollen ouderdom van zes jaren bereikt hebben, worden niet langer op de school toegelaten.

Art. 10.
Geen kind mag op de school worden toegelaten, alvorens behoorlijke bewijzen van inėnting of doorgestane kinderziekte zijn overgelegd.

Art. 11.
Het is verboden, de kinderen snoeperij naar de school medetegeven en die in de school te hebben.

Art. 12.
Voor elk kind zal jaarlijks betaald worden hoogstens f 22 zonder dat iets in rekening mag worden gebragt voor eenige schoolbehoeften, vuur, licht, kermis, nieuwjaar of dergelijke.

Art. 13.
De schooltijd is vastgesteld, des vormdidags van 9-12 en des namiddags van 2-5 of 3-6 ure, en zulks al de dagen der week, uitgezonderd Zaterdag namiddag.

Art. 14.
Behalve op Zond- en feestdagen zal nog vacantie wordne gegeven, gedurende de eerste kermisweek, de eerste volle week in de maand September, en van den eersten Kersdag tot den 2 Januarij.

Art. 15.
Er zal ten allen tijde in het schoollokaal moeten ophangen:
a) Eene tafel van werkzaamheden houdende verdeeling van de speel- en leeroefeningen
b) eene naamlijst van de kinderen, met aanwijzing van jaar en dag van geboorte waarvan telkens in de eerste helft van Januarij en Julij een afschrift aan de Schoolcommissie moet worden ingezonden. 

Art. 16.
Het lokaal waarin de school wordt gehouden is steeds aan de goedkeuring der Commissie onderworpen.

Art. 17.
De hodueresse der bijzondere bewaarscholen zijn verpligt zich stiptelijk naar den inhoud van vorenstaande bepalingen te gedragen, met inachtneming tevens van de algemene en bijzondere wetten, reglementen en verordeningen omtrent het onderwijs binnen het Rijk en deze Stad uitgevaardigd en in werking gebragt.

Art. 18.
De Schoolcommissie behoudt zich voor om deze bepalingen ten allen tijde zoodanig te veranderen en vermeerderen, als dezelve zal oordeelen te behooren.

Art. 19.
Aan elke houderesse eener bijzondere bewaarschool zal een afschrift van dit Reglement worden uitgereikt, zij zal daarvoor een bewijs van Ontvang onderteekenen, welke bewijs van hare zijde te gelijk strekken zal als eene belofte en verbindtenis, om dit Reglement getrouw te zullen opvolgen.

Aldus vastgesteld door de plaatselijke Schoolcommissie te Dordrecht, in hare vergadering van den 25 October 1852.
(get.) van der Elst van Bleskensgraaf, Voorzitter.
(get.) G.A. de Raadt, Lid en Secretaris.

Bovenstaand Reglement is tot stand gebragt, onder medewerking van mij ondergeteekende Schoolopziener, in het 5e District der Provincie Zuid Holland. Ten blijke waarvan ingevolge Art. 8 van het Reglement, voor de bewaar- of kleinkindscholen in Zuid-Holland, vastgesteld door Gedeputeerde Staten den 11 Junij 1847, hetzelve door mij van het vereischte visum bij deze wordt voorzien.
(get.) Vogelsang, Schoolopziener.

Voor eensluidend afschrift (get.) G.A. de Raadt, Lid en Secretaris.

(c) EvD Dordrecht november 2009.