INSTRUCTIE schoolonderwijzers
middelbaar onderwijs aan meisjes (1842)

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: archief 121 (schoolcommissie) 
Inventarisnummer: 80
 
Instructie

Art. 1.
De Schoolonderwijzeres voor het middelbaar onderwijs, zal onderwijs geven alleen aan Meisjes, en wel in de Nederduitschte, Fransche, Engelsche en Hoogduitsche talen, de Geschiedenis en de Aardrijkskunde, terwijl dezelve tevens zorg zal dragen dat ten minste tweemaal 's weeks, op bepaalde uren door eenen bekwamen onderwijzer, het nodige onderrigt in het schrijven en rekenen gegeven wordt.

Art. 2.
De Schoolonderwijzeres zal voorts zoodanig onderrigt in vrouwelijke handwerken geven als bij eene beschaafde opvoeding vereischt en door de Ouders of Voogden begeerd wordt.

Art. 3.
Het onderwijs zal gegeven worden al de zes werkdagen, des voormiddags van negen tot twaalf en des namiddags van half drie tot zes ure met uitzondering van Woensdag en Zaturdag namiddag wanneer geene School zal gehouden worden.

Art. 4.
Het Staat aan de Schoolonderwijzeres vrij ook meisjes in den geheelen of halven Kost aan te nemen.

Art. 5.
Jaarlijks zullen er drie Vacantien plaats hebben te weten: de eerste gedurende de Paaschweek; de tweede gedurende vier weken te rekenen van den eersten maandag in Julij af, en de derde van den eersten Kersdag tot den 2e Januarij daaraanvolgende. Zullende voorts gedurende de Dordsche marktweek, de namiddagschool ten 5 in plaats van ten 6 ure eindigen.

Art. 6.
De Onderwijzeres zal verpligt zijn, wanneer het getal der leerlingen Vijfentwintig te boven gaat, eene Secondante aan te nemen, welke geschikt is om tevens in de Fransche taal onderwijs te geven. Dezelve kan niet aangenomen worden, dan na voorafgaande Kennisgeving aan en goedkeuring van de Plaatselijke Schoolcommissie.

Art. 7.
Er zullen niet aan op vastgestelde tijden in het Jaar nieuwe leerlingen worden aangenomen en wel viermaal s Jaars, te weten in Januarij, April, Julij & October.

Art. 8.
De Schoolgelden voor het te geven onderwijs zullen hoogstend mogen bedragen Jaarlijks f 50 voor eene leerling, waaronder begrepen zijn, alle onkosten van Schrijfbehoeften, Verwarming, verlichting enz. Behalve het bovengenoemde Schoolgeld zal voor het in Art. 1 omschreven onderwijs, in het schrijven en rekenen voor elke leerling 's jaars ook nog f 4 mogen berekend worden.

Art. 9.
De Onderwijzeres zal omtrent de leerboeken de meest mogelijke Spaarzaamheid in acht nemen door geen te menigvuldige boeken te doen gebruiken of dezelve te dikwijls te doen verwisselen. In geen geval zullen door de Onderwijzeres de boeken verkocht of geleverd mogen worden.

Art. 10.
Omtrent de geheele of halve Kostgelden, verstaat zich de onderwijzeres met de Ouders of Voogden der Kinderen, welke aan hare zorg worden opgedragen, daaromtrent met alle bescheidenheid te werk gaande,

Art. 11.
Voor de groote vacantie in Julij zal er een Examen der leerlingen plaats hebben ten overstaan der Plaatselijke Schoolcommissie.

Art. 12.
Het Schoollocaal zal in zoodanig gedeelte der Stad worden gevestigd, als door de Plaatselijke Schoolcommissie vooraf daartoe zal zijn goedgekeurd.

Art. 13.
De Onderwijzeres is verpligt zich stiptelijk te gedragen naar den inhoud dezes Instructie tevens met in acht neming van alle algemeene en bijzondere wetten en bepalingen omtrent het Onderwijs binnen dit Rijk, uitgevaardigd en in werking gebragt.

Aldus opgemaakt door de Plaatselijke Schoolcommissie te Dordrecht den 2 December 1842.

(c) EvD Dordrecht november 2009.