INSTRUCTIE voor de Naaijvrouw in de Brei- en Naaischool
van de Diakonie der Nederd. Herv. Gemeente
te Dordrecht (1856)

Bron: Erfgoedcentrum DiEP
Archief: archief 27 (NH Gemeente) 
Inventarisnummer: 1002
* * *
Instructie voor de Naaijvrouw in de Brei- en Naaischool van de Diakonie der Nederd. Herv. Gemeente te Dordrecht (1856)

Art. 1.
De naaivrouw is belast met het onderwijs in het breijen, wollen en linnen naaijen in de school. Zij heeft daarin het huisselijk bestuur. Zij zal op de zuinigste wijze het haar verstrekte linnen tot de door Regentessen op te geven soorten van hemden vermijden, de wol en andere benoodigdheden verbruiken en in alles de belangen der inrigting behartigen.

Art. 2.
Zij zal van Regentessen alle naai- en breibehoeften ontvangen, doch verpligt zijn te zorgen, dat daarvan niets door de leerlingen worde medegedragen, en dat ter bekoming van nieuwe voorwerpen, de stukken of overblijfsels van het oude aanwezig blijven en die aan Regentessen toonen.

Art. 3.
De naaivrouw is verpligt op hare kosten eene helpster of onder Naaivrouw aan te nemen altijd onder goedkeuring van regentessen.

Art. 4.
Zij zal met de ondernaaivrouw gedurende het onderwijs steeds in de school tegenwoordig moeten zijn.

Art. 5.
Zij zal in de school als leerlingen opnemen:
(1e) Kinderen van bedeelde ouders op last van hunner wijk Diaken.
(2e) Kinderen van onbedeelde of Luthersche ouders op last van Regentessen.
Van de laatst genoemden die zich daartoe aangemeld hebben maakt zij, dadelijk na iedere prijsuitdeeling op de Diakonie leerschool, eene lijst op, waarop zij aanteekening doet van haren ouderdom en of zij de kinderziekte gehad of de koepokinenting ondergaan hebben.
Zij geeft dezer lijst aan Regentessen over.

Art. 6.
Zij behoudt een behoorlijk register van de namen der leerlingen, haren ouderdom, de jaar en dagteekening harer aanneming of ontslag, en ten opzigte der bedeelden van het wijk waartoe zij behooren.

Art. 7.
Zij houdt bij den aanvang van iederen schooltijd aanteekening van de namen der afwezige leerlingen. Bij het einde van iedere werk maakt zij daaruit eenen lijst op en bezorgt die aan het Collegie van Diakenen.

Art. 8.
Aan de ouders van onbedeelde kinderen die de school verzuimen, moet zij daarvan kennis geven en hen tot het doen schoolgaan hunner kinderen opwekken.
Bij grove nalatigheid geeft zij daarvan aan Regentessen kennis.

Art. 9.
Zij zal de leerlingen met de meest mogelijke liefde behandelen, en alleen beschamende straffen toepassen. Bij buitengewonen weerbarstigheid geeft zij daarvan aan Regentessen kennis.

Art. 10.
De schooltijden zullen dagelijks plaats hebben.
(a) in de Breischool 's Zomers des namiddags van 4 tot 6 uren en 's Winters van 1 1/2 tot 4 uren.
(b) in de Naaischool voormiddags van 9 tot 12 uren en 's namiddags van 1 1/2 tot 6 uren of zooveel vroeger als het daglicht ophoudt.
De vacatien zullen zijn:
a. op iederen Woensdag en Zaturdag namiddag.
b. op alle Zon- en feestdagen.
c. op Dingsdag na Pinksteren.
d. van Woensdag tot Zaturdag der eerste kermis week, en op de namiddagen van Maandag, Dingsdag en Woensdag der tweede kermisweek.

Art. 11.
Zij zal met de ondernaaivrouw ten minste een vierde uurs voor den aanvang van iederen schooltijd in de school tegenwoordig zijn en zorgen dat de leerlingen ordelijk binnen komen, terstond hunnen plaatsen innemen en de school niet verlaten, voor dat de leerlingen der Diakonie Leerschool vertrokken zijn.

Art. 12.
Zij zorgt dat de kinderen in behoorlijke orde en stilte de school verlaten. Gedurende den schooltijd zal zij aan niet meer dan eene leerling tegelijk verlof verleenen zich tijdelijk van de school te verwijderen. Deze laatste bepaling zal bovenal stiptelijk worden opgevolgd, gedurende den tijd dat in de leerschool hetzij gewoon, hetzij godsdienst onderwijs gegeven wordt.

Art. 13.
Zij doet iederen schooltijd met klokslag aanvangen en eindigen. Bij den aanvang doet zij in de Naaischool door eene der oudste leerlingen bij beurtwisseling, een hoofdstuk uit het Nieuwe Testament voorlezen.

Art. 14.
Zij ziet toe, dat de leerlingen zindelijk wel gewasschen en gereinigd zijn, en mag geene van haar, gedurende den schooltijd, tot eenige huisselijke bezigheid gebruiken.

Art. 15.
Zij zal met de ondernaaivrouw, met de ouders der leerlingen, en tusschen deze onderling, steeds vrede en eensgezindheid bewaren doch geeft bij voortkomend blijvend verschil aan regentessen kennis en onderwerpt zich aan hare beslissing.

Art. 16.
Zij geeft op last der Regentes-Presidente van iedere gewone of buitengewone vergadering schriftelijk kennis, aan regentessen en bewijst daarin de gevorderde dienst.

Art. 17.
Zij mag het haar ter bewoning aangewezene locaal geheel, noch gedeeltelijk aan anderen verhuren.

Art. 18.
Zij is verpligt de school localen schoon te houden, en zal deze op iederen Woensdag en Zaturdag namiddag doen zuiveren, of luchten. Zij zorg 's Winters gedurende den schooltijd voor behoorlijke verwarming, doch zorgt dat in de school volstrekt geene stoven gebruikt worden.

Art. 19.
Zij zal naar mate de behoefte aan regentessen aanvragen, regten tot verkrijging der vereischte linnens, wol saijet, naai- en breinaalden, scharen, vingerhoeden, naaikussens, naaisloofjes, dekentjes, mutsjes, enz hetgeen noodig is, tot vervaardiging van hemden, kousen, luijerkorven en zoo dit door het Collegie van Diakenen verlangd wordt, van vrouwe rokken of andere kleedingstukken.

Art. 20.
Zij zal verpligt zijn jaarlijks in de school te doen maken
(1e) Honderd paren kousen of zooveel als er door de leerlingen op de breischool kunnen afgemaakt worden
(2e) 2400 stuks hemden en daar en boven zooveel dat steeds aan buitengewone aanvragen van Diakenen kan volstaan worden. Zij zal zorgen dat deze steeds op den 1e December van ieder jaar aanwezig zij verdeeld als volgt [hier te vullen de soorten]
(3e) De nodige eerste en tweede gedeelten van luijerkorven, berekende op ongeveer honderd afleveringen.
(4e) In buitengewone gevallen op last van regentessen een onbepaald getal vrouwenrokken of andere kleedingstukken.

Zij zal alle afgewerkte kleedingstukken in een der localen, haar aange(we)zen bewaren en daarvan de sleutel aan de Regentes-Presidente ter hand stellen.

Art. 21.
Zij zal daarvan afgeven
(1e) in de eerste helft der maand December van ieder jaar op last van Regentessen de alsdan door het Collegie van Diakonen verlangde hemden en kousen.
(2e) Ten alle tijden op order briefjes van Diakenen gevraagde soorten van hemden of luijerkorven. 
Zij zal maandelijks aan de Diaken Boekhouder eenen opgave van het afgeleverde bezorgen.

Art. 22.
De naaivrouw zal zoo het werk voor de Diakonie het toelaat, op de school ook werk particulieren mogen doen verrrigten. Zij zal van het daarvoor verdiend naailoon de helft genieten, en de andere helft ten behoeve der school uitkeeren aan Regentessen. Zij zal daartoe bij het einde van ieder jaar, haar schuldboek moeten openleggen.

Art. 23.
De naaivrouw geniet jaarlijks eene bezoldiging van f 450, vrije geneeskundige hulp en geneesmiddelen, eene som van f 10 voor schoonmaakgereedschappen, vrije woning en daar en boven 30 mudden steenkolen, 30 dubbele mudden turf, 1 1/2 vadem brandhout en 60 kan patent olie op aanwijzing van Regentessen te halen.

Art. 24.
De naaivrouw zal zich verder in alles naar de bevelen van Regentessen gedragen zoowel die haar in deze Instructie als overigens gegeven worden.

Art. 25.
Bovenstaande Instructie komt in werking.

Aldus vastgesteld in de vergadering van Regentessen der brei- en Naaischool van de Diakonie der Nederd. Herv. Gemeente in hare vergadering van 17 November 1856.

Gezien bij Regenten: H.J. van Gruting (praeses), W.J.O. Sluiter (scriba).

(c) EvD Dordrecht november 2009.